De vorm is afhankelijk van de persoon en het aantal. Bijna alle vormen kennen een gereduceerde vorm, dat wil zeggen een vorm die dichter bij de spreektaal ligt. De gereduceerde vorm staat hieronder tussen haakjes.
1e persoon enkelvoud mijn (m'n, me): me wordt alleen in de spreektaal gebruikt.
2e persoon enkelvoud jouw (je) uw: uw is de beleefdheidsvorm. Dit wordt soms ook (binnen een zin) met een hoofdletter geschreven. Dit gebeurt echter alleen als het om een 'persoon' als God of Jezus gaat In alle andere gevallen behoort het met een kleine letter te worden geschreven. Het is te ouderwets om het met een hoofdletter te schrijven. Enige uitzondering is uiteraard aan het begin van een zin.
3e persoon enkelvoud zijn (z'n, ze): De mannelijke en onzijdige vorm. Ze komt alleen in de spreektaal voor. haar ('r, d'r): De vrouwelijke vorm. In archaïschNederlands komt ook de vorm heur voor.
1e persoon meervoud ons, onze: Het gebruik van ons of onze is afhankelijk van het bijbehorend zelfstandig naamwoord: . ons huis (een onzijdig zelfstandig naamwoord) . onze kat (een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord)
2e persoon meervoud jullie, uw: uw is de beleefdheidsvorm. Dit wordt soms ook (binnen een zin) met een hoofdletter geschreven. Dit gebeurt echter alleen als het om 'personen' zoals God of Jezus gaat. In alle andere gevallen behoort het met een kleine letter te worden geschreven. Het is te ouderwets om het met een hoofdletter te schrijven. Enige uitzondering is uiteraard aan het begin van een zin.
3e persoon meervoud hun ('r, d'r): In archaïsch Nederlands komt haar (of heur) ook voor als vrouwelijke vorm.