Remarque, die - stammend uit een kleinburgerlijke familie uit Osnabrück - in 1916 na een spoedexamen als soldaat aan de zware loopgravengevechten tegen Frankrijk in W.O. I deelnam, werd na beoefening van de meest verschillende beroepen (dorpsschoolmeester, grafstenenhandelaar, reclametekstschrijver) met zijnroman "Im Westen nichts Neues" (1929) wereldberoemd in het door crises geschokte naoorlogse Duitsland. Het boek schildert de geschiedenis van een generatie die door de oorlog kapot werd gemaakt. Het noodlot van Paul Bäumers, de hoofdfiguur, toont, representatief voor de miljoenen slachtoffers, de zinloosheid van de oorlog.
Zijn daar ontstane romans gaan uitsluitend over het noodlot van de door de nationaal-socialisten uit hun vaderland verdreven emigranten ("Liebe Deinen Nächsten", 1940; "Arc de Triumphe", 1946). Dit thema staat ook in het latere werk van de auteur op de voorgrond. Keer op keer brengt hij de nog onverwerkte, jongste geschiedenis ter sprake en vestigt hij de aandacht op het in de Bondsrepublikeinse openbaarheid verdrongen lijden van slachtoffers en tegenstanders van het nationaal-socialistische regime ("Der funke Leben", 1952; "Zeit zu leben und Zeit zu sterben", 1954; "Die Nacht von Lissabon", 1961). In 1990 verschenen drie vroege oorlogsverhalen uit de nalatenschap ("Der Feind"), en eind 1996 vond de publicatie van de eerste band van zijn dagboeken plaats.