proletarisch dichter, arbeider en kunstenaar, eigenlijk Frederik van Leeuwen, geboren: 27 februari 1905 te Leiden, overleden: 9 juni 1968 te Leiderdorp,
Revolutionair-socialistischdichter. Het werk van deze uit het proletariaat voortgekomen dichter, bovendien slachtoffer van de toenmalige werkloosheid, is een rechtstreekse getuigenis van de nood dier tijden. Van Leeuwen schreef sterk sociaal geëngageerdepoëzie in de periode van de wereldcrisis. Later kreeg zijn werk sterk religieuze trekken en werd zijn poëzie gekenmerkt door het verlangen naar het communisme van de eerste christenen. Na 1950 ook schilder en tekenaar.
Medewerker aan de beide jaarboeken Tijdsignalen (1929 en 1930)
1932-1933 medeoprichter van het arbeiders- en schrijverscollectief `Links richten' en het gelijknamige tijdschrift.
Uitverkoop (1932) Door het donker (1934)
1935 te Antwerpen als medewerker aan tijdschriften
Het lied van den zwerver (1936) Herdersgave (1940) Harten troef (1945)
Wederkomst (1945) Wederkomst De trein, die vèr uit vreemde landen kwam Naar Antwerpen, stopte aan de Middenstatie. Daar steeg Hij uit, het Lam bij Gode's gratie En vorst noch herder Hem begroeten kwam.
De controleur, die Hem zijn kaartje nam, Keek naar Zijn baard, Zijn ordelooze haren. Hoe zóó een voor den trein aan centen kwam Scheen een probleem en kon hij niet verklaren.
Rabboni, quo vadis? - Beneden in de hal Stonden alleen wat beachcombers te praten. Doch Hij herkende: 't waren twaalf in tal.
Een blijde lach gleed over zijn gelaat en Hij zag hun lompen, die hun hoop en al Nog dekten, 't mager lijf scheen scheemrend door de gaten.
De Kruistocht der Bedelaars, sonnetten-cyclus, 1947