Jaarlijkse poëzieprijs, ingesteld in 1948 door de Jan Campert-stichting te 's-Gravenhage. Aanvankelijk bestemd voor dichters jonger dan dertig jaar die zich door hun houding in het verzet hadden onderscheiden. In de eerste jaren kon ook ongepubliceerd werk worden ingezonden.
De overige prijzen van de Jan Campert-stichting zijn: de Constantijn Huygens-prijs, de Vijverberg-prijs, met ingang van het jaar 1978 voortgezet als de F. Bordewijk-prijs, de Bijzondere prijs van de Jan Campert-stichting, met ingang van het jaar 1978 voortgezet als de J. Greshoff-prijs en de G.H. 's-Gravesande-prijs, de Nienke van Hichtum-prijs, de Eenmalige bijzondere prijs van de Jan Campert-stichting en de Extra prijs van de Jan Campert-stichting.
2006: Esther Jansma, voor Alles is nieuw 2005: Nachoem M. Wijnberg, voor Eerst dit dan dat 2004: Mustafa Stitou, voor Varkensroze ansichten 2003: Jan Eijkelboom, voor Heden voelen mijn voeten zich goed 2002: Menno Wigman, voor Zwart als kaviaar 2001: Arjen Duinker, voor De geschiedenis van een opsomming 2000: K. Michel, voor Waterstudies 1999: Peter van Lier, voor Gegroet o... 1998: Tonnus Oosterhoff, voor (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum 1997: Elma van Haren, voor Grondstewardess 1996: Huub Beurskens, voor Iets zo eenvoudigs 1995: Eva Gerlach, voor Wat zoekraakt 1994: Lloyd Haft, voor Atlantis 1993: Toon Tellegen, voor Een dansschool 1992: Willem Jan Otten, voor Paviljoenen 1991: Leonard Nolens, voor Liefdesverklaringen 1990: Jan Kuijper, voor Tomben 1989: Miriam Vanhee, voor Winterhard 1988: H.H. ter Balkt, voor Aardes deuren 1987: Tom van Deel, voor Achter de waterval 1986: Herman De Coninck, voor De hectaren van het geheugen 1985: Kees Ouwens, voor Klem 1984: Ad Zuiderent, voor Natuurlijk evenwicht 1983: Robert Anker, voor Van het balkon 1982: Willem van Toorn, voor Het landleven 1981: Judith Herzberg, voor Botshol 1980: Ed Leeflang, voor De hazen en andere gedichten 1979: Roland Jooris, voor Gedichten (1958-78) 1978: Cees Nooteboom, voor Open als een schelp - dicht als een steen 1977: Hans Faverey, voor Chrysanten, roeiers 1976: C. Buddingh', voor Het houdt op met zachtjes regenen 1975: Eddy van Vliet, voor Het grote verdriet 1974: Hugues C. Pernath, voor Mijn tegenstem 1973: Hans van de Waarsenburg, voor De vergrijzing 1972: Albert Bontridder, voor Zelfverbranding 1971: Paul Snoek, voor Gedrichten 1970: Hans Andreus, voor Natuurgedichten en andere 1969: Rutger Kopland, voor Alles op de fiets 1968: Hans Vlek, voor Een warm hemd voor de winter 1967: Jozef Eyckmans, voor Zonder dansmeester 1966: Hanny Michaelis, voor Onvoorzien 1965: W. Hussem, voor Schaduw van de hand 1964: L.Th. Lehmann, voor Who's who in Watland 1963: Ed. Hoornik, voor De vis. In de vreemde 1962: Gerrit Kouwenaar, voor De stem op de 3e etage 1961: Ellen Warmond, voor Warmte, een woonplaats 1960: niet toegekend 1959: Sybren Polet, voor Geboorte-stad 1957: niet toegekend 1956: Remco Campert, voor Met man en muis.Het huis waarin ik woonde 1955: niet toegekend 1954: Nes Tergast, voor Werelden 1953: Albert Besnard, voor Doem en dorst 1951: Bert Voeten, voor Met het oog op morgen 1950: Hans Lodeizen, voor Het innerlijk behang 1949: Michel van der Plas, voor Going my way 1948: Jan G. Elburg, voor Klein T(er)reurspel
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!