Over zijn persoonlijk leven wilde hij in interviews nooit veel kwijt en hoewel de gedichten niet autobiografisch zijn, schemert - tussen de regels door - er wel iets van door: een voorkeur voor drank en vrouwen en pre-occupatie met de dood bijvoorbeeld zijn grote thema's in zijn poëzie.
Rawie schrijft vooral over het verstrijken van de tijd en het lijden en hij vindt dat het publiek recht heeft op toegankelijke poëzie met een boodschap. Hij heeft niets op met experimentele gedichten. ( www.kb.nl )
Biografie Rawie werd geboren te Scheveningen. Drie jaar na zijn geboorte verhuisde het gezin Rawie naar Winschoten.
In 1970 verhuisde Rawie naar de stad Groningen om Slavische en Romaansefilologie te studeren (niet voltooid) omdat hij dichters als Mihai Eminescu, Rilke, Lope de Vega en Alexander Blok wilde kunnen lezen in hun eigen taal.
De eerste gedichten van Rawie verschenen tijdens zijn studententijd in het blad Propria cures. In 1975 werd hij medewerker van het satirische Groninger studentenblad De nieuwe Clercke. Hij publiceerde daarin samen met Driek van Wissen verzen onder het pseudoniem Albert Zondervan.
In 1976 publiceerde hij samen met Driek van Wissen, het duo-debuut De match Luteijn-Donner. Dit werk had als subtitel een schaakcursus in tweemaal twaalf sonnetten. Door beide auteurs wordt dit werk niet genoemd in hun verzameld werk.
In 1979 maakte hij zijn solodebuut met Het meisje en de dood.
1982 Na een korte maar intensieve ziekenhuisopname publiceert Rawie Intensive care.
In datzelfde jaar werd hij nationaal bekend door zijn optredens in het televisieprogramma van Sonja Barend.
De bundel Kwade trouw kwam uit in 1986.
In zijn woonplaats Groningen, maar ook daarbuiten, staat Rawie bekend om zijn flamboyante levensstijl. In 1987 werd hij met een kapotte alvleesklier door overmatig drankgebruik en een longontsteking opgenomen in een ziekenhuis en verkeerde drie maanden tussen leven en dood. Hierna leek Rawie zijn leven enigszins te hebben gebeterd wat, volgens critici, zijn werk zeker ten goede komt.
In 1989 werd hem voor zijn oeuvre de Wessel Gansfortprijs van de Provincie Groningen toegekend.
Met Woelig stof (1989) verdiende hij algemeen erkenning bij de literaire kritiek.
1990 sonnetten, een bibliofiele uitgave. 1991 Het pamflet 1992 Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. 1997 vertaling van Vier gedichten van Aleksandr Blok. 1999 Geleende tijd en Gedeeld verleden (bibliofiel). 2001 Publiceert Wij hebben alles nog te goed, bloemlezing uit eigen liefdesgedichten 2001 Publiceert Wij volgen een voor een hetzelfde pad, bloemlezing uit eigen rouwgedichten 2002 Draagt gedichten voor tijdens de Poëziemarathon op 3e Gedichtendag 2004 Verzamelde verzen.