In zijn sacrale en profane cantaten en oden verwerkte hij (evenals de barokkeschilders in die tijd) thema's uit de bijbelse en antiekegeschiedenis. Rond 1700 gold hij als de beste dichter van zijn generatie. De grote waardering die hem ten deel viel verloor hij echter al snel door zijn manie om collega's en beschermheren met spotverzen te belasteren en kwaad te maken. Na de verkeerde personen geschoffeerd te hebben moest hij Parijs verlaten en verbleef hij als balling vanaf 1722 in Brussel, alwaar hij ook Voltaire ontmoette.