Zwagerman debuteerde in 1986 met de roman 'De houdgreep'. Dit werk is kenmerkend voor zijn verdere oeuvre, zowel proza als poëzie, in die zin dat het no-nonsense taalgebruik een antwoord wil zijn op de zachte, omfloerste taal van de vorige generatie. zwagerman laat zijn personages zoeken naar een aanvaardbare levenshouding in het fin de siècle, en wordt zo de spreekbuis van de gedesillusioneerde jongeren van de jaren '80 en '90. Hierdoor toont hij enige verwantschap met de Vlaamse 'jongeren'-auteursHerman Brusselmans en tom lanoye. Hij publiceerde onder meer de verhalenbundel 'Kroondomein' (1986) en de romans 'Gimmick' (1989) en 'De buitenvrouw' (1994).
Zwagermans poëzie ligt, zoals gezegd, in de lijn van zijn proza. Hij behoort tot de Maximalen, een jonge generatie dichters die de vaak al te impressionistische of te abstracte poëzie van de laatste jaren wil opzijschuiven. De bundels 'Langs de doofpot' (1986) en 'De ziekte van jij' (1988) bevatten dan ook meestal erg concretegedichten, die niet de pretentie hebben de grote vragen van het leven te willen beantwoorden.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!