Natuurkundige en schrijver Khaled Hosseini is de oudste van 5 kinderen. Zijn vader was diplomaat, zijn moeder lerares op een middelbare school voor meisjes. In 1976 verhuist de familie naar Parijs, waar zijn vader een post op de Afghaanse ambassade kreeg. Na de invasie van Rusland in Afghanistan zocht de Hosseini familie asiel in de V.S. In 1980 verhuisden ze naar Californië.
Hosseini studeerde in 1988 af als “bachelor” in de biologie en studeerde daarna medicijnen aan de University of California. In 1996 sloot hij zijn opleiding tot internist af aan Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles en werkt hij als arts in het noorden van Californië. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.
Hosseini publiceerde diverse korte verhalen, die werden genomineerd voor de Pushcart Prize.
'De vliegeraar van Kabul' (The Kite Runner) is zijn debuutroman. De vertaalrechten werden in veertien landen verkocht; filmrechten werden verkocht aan Dream Works en Wonderland Films. Het boek is deels autobiografisch. Het vertelt het verhaal van de Afghaanse Amir die opgroeit in Afghanistan, zijn vlucht naar de Verenigde Staten en zijn terugkeer naar Afghanistan waar inmiddels de Taliban heersen.
Flaptekst De vliegeraar van Kabul: Amir en Hassan zijn gevoed door dezelfde min en groeien samen op in de hoofdstad van Afghanistan. Als blijk van hun verbondenheid kerft Amir hun namen in een granaatappelboom: 'Amir en Hassan, de sultans van Kabul'. Maar sultans zijn ze alleen in hun fantasie, want Amir hoort tot de bevoorrechte bevolkingsgroep en Hassan en zijn vader zijn arme Hazaren, in dienst van Amirs vader.
Bij de jaarlijkse vliegerwedstrijd in Kabul is Amir de vliegeraar, degene die het touw van de vlieger in handen heeft. Hassan is zijn hulpje, de vliegervanger. 'Voor jou doe ik alles!' roept Hassan hem toe voordat hij wegrent om de vallende vlieger uit de lucht op te vangen.
Die grenzeloze loyaliteit is niet wederzijds. Wanneer er iets vreselijks gebeurt met Hassan grijpt Amir niet in, maar verraadt hij zijn trouwe metgezel.
Na de Russische inval vluchten Amir en zijn vader naar de Verenigde Staten. Arnir bouwt er een nieuw bestaan op, maar hij slaagt er niet in Hassan te vergeten. De ontdekking van een schokkend familiegeheim voert hem uiteindelijk terug naar Afghanistan, dat inmiddels door de Taliban is bezet. Daar wordt Amir geconfronteerd met spoken uit zijn verleden. Zijn voornemen om zijn oude schuld jegens Hassan in te lossen sleept hem tegen wil en dank mee in een huiveringwekkend avontuur.
De welgestelde Amir en maatje Hassan, zoon van huisbediende Ali, hebben rond 1975 een mooie jeugd in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Ze doen mee aan de vliegerfeesten, genieten van westerse invloeden, weten van de heersende politieke en culturele verhoudingen. Maar er gaat tussen Amir en Hassan iets heel erg mis en zij verliezen elkaar uit het oog. Na de Russische inval in Afghanistan (1980) vluchten vader en zoon naar de VS, waar ze een nieuw leven opbouwen. Amir gaat studeren en vindt de vrouw van zijn dromen. Maar alles verandert als een vroegere huisvriend hem in 2001 vraagt naar Pakistan te komen. Dan breekt de hel los. Geheimen worden prijsgegeven en via het nu vreselijke Kabul, waar de Taliban hun schokkende praktijken uitoefenen, keert een bijna gebroken Amir terug naar Amerika. De in Kabul als zoon van een diplomaat geboren, in 1980 naar de VS geemigreerde schrijver heeft een prachtige roman geschreven, waaruit zijn bevlogenheid voor het 'oude' Kabul blijkt en zijn afschuw van de verschrikkingen van het Taliban-regime. (Biblion recensie, Redactie)