In zijn dichtwerk uit Gilliams zich als een introvert overgevoelig kunstenaar die op een haast symbolische manier het individueel mensenbestaan weerspiegelt. Dit gebeurt in een zuivere taal, traditioneel en sober, wars van alle experimenteel gedoe. Ook in zijn proza wordt de individualistische mens beschreven die verwoede pogingen onderneemt om de psychische eenzaamheid te ontvluchten.
Levensloop Maurice Gilliams vader was de boekdrukker Frans Gilliams. Deze schreef de 'Historiek van het Boekdrukkers-Verbond van Antwerpen'.
Zijn jeugd bracht Maurice grotendeels door op het buitengoed van de familie in de omgeving van Antwerpen. Hier zou hij de inspiratie vinden voor de novellen in Oefentocht in het luchtledige(1933) en Elias of het gevecht met de nachtegalen(1936).
Maurice was een ziekelijk kind, dat niet veel - al kreeg hij thuis wel onderricht - officieel onderwijs genoot. Wel bracht hij enige tijd door op de lagere school van de zusters Maricolen te Antwerpen en mocht hij bij zijn aankomst daar enkele klassen overslaan omdat hij al lezen kon, maar lang heeft dat niet geduurd. Evenmin waarschijnlijk als zijn verblijf op een kostschool toen hij ongeveer tien jaar was.
In 1914 nam zijn vader hem mee naar Amsterdam, naar een jeugdvriend, Paulus Hols, secretaris van de typografenbond. Maurice verbleef vele maanden in het kroostrijke gezin van deze typograaf, waar hij in latere jaren nog verschillende malen terug zou keren. Een bijzondere vriendschap ontstond tussen hem en een dochter van Hols, het zeer belezen meisje Margaretha-Elisabeth, dat echter heel jong, bijna zestien jaar oud, in 1917 overleed.
Na Amsterdam werd Gilliams naar Parijs gezonden om zich te bekwamen in de typografie, omdat hij de opvolger van zijn vader moest worden. Als vrije student volgde hij daar de lessen van de bekende professor Gustave Cohen over het christelijk toneel in de middeleeuwen.
Behalve zijn werkzaamheid in het bedrijf van zijn vader, waar hij onder meer verscheidene eigen bundels drukte, doceerde hij ook jarenlang aan de Vakschool voor Kunstambachten van Roger Avermaete te Antwerpen de vakken typografische verzorging en kunstschrift. Dit laatste zal niemand verbazen die het fraaie calligrafische handschrift van Gilliams kent.
In de jaren '20 was debuteerde hij met enkele in geringe oplage gedrukte verzenbundels welke later selectief werden gebundeld in Het verleden van Columbus(1933).
Landelijk solo (1927, gedichten) Eenzame vroegte (1928, gedichten) De flesch in zee (1929, gedichten) Het Maria-leven (1933, gedichten) Oefentocht in het luchtledige (1933, novellen)
Het verleden van Columbus (1933, gedichten)
Op 27 augustus 1935 trouwde hij met Gabriëlle Baelemans, een mislukt kinderloos huwelijk dat niet lang standhield; feitelijk al heel spoedig na de trouwdag gingen de echtgenoten uit elkaar, ofschoon een officiële scheiding vooralsnog uitbleef wegens het verzet daartegen van de wettige echtgenote. Die vond eerst plaats in 1976, toen een nieuwe wetgeving dit onder bepaalde condities ook zonder wederzijdse toestemming mogelijk maakte.
Verzen (1936, gedichten)
Grote bekendheid verwierf Gilliams op 35-jarige leeftijd met de roman 'Elias of het gevecht met de nachtegalen' (1936). De roman bestaat uit twee delen en beschrijft het leven van zijn familie op het landgoed en de jaren op de kostschool.
Gilliams werd in 1936 onderscheiden met de August Beernaertprijs.
Vlaamsche lyriek (1830-1890)(1937, essay) Het land van Waes en Polders (1938, proza) Gregoria, of : Een huwelijk op Elseneur : exoterische memorabilia (1938) Inleiding tot de idee Henri De Braekeleer (1941, essay) De man voor het venster (1943, aantekeningen)
De man in de mist (verhaal uit 'Oefentocht in het luchtledige') (in 'Meesters der Nederlandse vertelkunst', 1949) Een bezoek aan het prinsengraf, essay over de dichter Paul van Ostaijen (1952, essay) Winter te Antwerpen (1953, proza) De kunst van de fuga (1953, dagboekbladen en essays) Tien gedichten (1954, gedichten)
Vita brevis I (1955, verzamelde werken) Vita brevis II (1957, verzamelde werken) Vita brevis III (1958, verzamelde werken) Emmanuel de Bom (1958, monografie) Bronnen der slapeloosheid (1958, gedichten) Vita Brevis IV (1959, verzamelde werken)
Na wetenschappelijk bibliothecaris van het Konininklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen te zijn geweest, werd hij secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent. Deze functie bekleedde hij van 1960 tot 1975.
Gilliams hertrouwde op 26 april 1976 met Maria Eliza Antonia de Raeymaekers, een verpleegster die hij had leren kennen tijdens een langdurige ziekte in 1938-1939. Sinds dit laatste jaar bezocht zij hem en zijn vader in hun huis in de Lange Nieuwstraat 91 en trok zich het lot aan van de sedert de dood van de moeder in 1936 alleenlevende mannen. Het hechte en innige verbond tussen Maurice en Maria, waarvan Gilliams' poëzie zo veelvuldig en ontroerend getuigt, zou eerst later tot een verbintenis worden.
In 1980 ontving hij de Grote Prijs van de Nederlandse Letteren en werd hij benoemd tot doctor honoris causa aan de Universiteit van Gent.
Maurice Gilliams stierf te Antwerpen op 18 oktober 1982.
Na zijn dood werd de Maurice Gilliamsprijs ingesteld. In de tuin van het Elzenveld in Antwerpen kreeg een borstbeeld van hem van de hand van Rik Poot een plaats.