Voorbeelden: . Wat je daarmee bedoelt, ontgaat me ten enenmale. . Het spijt hun zeer, dat ze jou er niet bij hebben betrokken.
Categorieën Werkwoorden van ervaring en gevoel . Het spijt moeder erg dat je er ook zo over denkt. . Het verheugt me erg dat je er ook zo over denkt. . Het voorval verbaasde de meesten van ons nogal.
Werkwoorden van gebeurtenis . Niemand van hen is dat gebeurd. . Hoe doe je dat toch? Mij mislukt het steeds.
Bij bepaling van graad . Die reis duurt grootmoeder op haar leeftijd te lang. . Hij praat mijte hard; doof word ik ervan.
Elementen Het ondervindend voorwerp kan worden uitgedrukt door een zelfstandig naamwoord: . Dat beviel die jongen zeker wel.
door een voornaamwoord (niet wederkerend of wederkerig): . Het verbaasde mij helemaal niet.
of door een voornaamwoordgroep: . Het was mij en mijn bondgenoten geen bloedige strijd, met alle risico's van dien, waard.
Verschil met andere bepalingen Het ondervindend voorwerp lijkt op een lijdend voorwerp. Het is dat echter niet. Een bedrijvende zin met een lijdend voorwerp kan immers worden omgezet in een lijdende zin: De collega's verblijdden hem met een vorstelijk afscheidsgeschenk. Hij werd door de collega's verblijd met een vorstelijk afscheidsgeschenk.
Bij een zin met ondervindend voorwerp is dat doorgaans niet mogelijk: Het verheugt me dat je er ook zo over denkt. Ik word erdoor verheugd dat je er ook zo over denkt.
Evenmin is het ondervindend voorwerp een meewerkend voorwerp, noch een voorzetselvoorwerp. Het kan namelijk niet met een voorzetsel beginnen. Een voorzetselvoorwerp begint daar per definitie mee, bij een meewerkend voorwerp is het mogelijk: We gaven de jubilaris een afscheidsgeschenk. We gaven een afscheidsgeschenk aan de jubilaris. We kochten de jubilaris een afscheidsgeschenk. (minder gebruikelijk) We kochten een afscheidsgeschenk voor de jubilaris.
Bij een zin met ondervindend voorwerp is dat niet mogelijk: Het voorval verbaasde aan? met? voor? de meesten van ons nogal.