acrostichon Het woord 'naamdicht' is synoniem met 'acrostichon'. Het woord 'acrostichon' is herleidbaar tot het griekse woord akrostichis, wat zoveel betekent als 'een uitstekend vers'. We spreken van een acrostichon wanneer de beginletters van de opeenvolgende regels een naam vormen. Dit is veelal de naam van de schrijver, danwel van de hoofdpersoon in het gedicht. Het meest bekende voorbeeld is wel het Wilhelmus.
allegorie Het woord 'allegorie' is afkomstig van het Griekse allègoria, wat zoveel betekent als 'beeldspraak'. Een allegorie is een metafoor die gedurende het gehele kunstwerk (of dit nu proza of poëzie is, of welke andere vorm van kunst) wordt volgehouden. Ter herinnering: een metafoor is te omschrijven als een beeldspraak die berust op een overeenkomst ('hij bewoog zich als een slang'). Samen met metonymiazijnmetaforen weer lid van de familie van de tropen, ook wel de overdrachtelijke stijlvormen genoemd. Een meer bekend voorbeeld van een (politieke) allegorie is Vondels grootse werk 'Lucifer', welke in werkelijkheid gaat over het verzet tegen het regime van Filips II.
alliteratie De beginrijm is een vorm van rijm die niet zo snel opvalt in een gedicht. Beginrijm slaat op de overeenkomst in klank tussen meestal beginletters van beklemtoonde lettergrepen. Een voorbeeld hiervan is de volgende passage van G. Gezelle; 'Stafrijmen zijn als stapstenen, waarop men steunt met de stem'. In deze passage rijmt de eerste lettergreep van het woord 'stafrijmen' op 'stapstenen'. Synoniemen voor alliteratie zijn beginrijm, stafrijm en germaans rijm.
amfibrachys Een metrum is de regelmatige afwisseling van sterker en zwakker beklemtoonde lettergrepen. Er zijn een aantal metra die veel voorkomen in de Nederlandse (en buitenlandse) poëzie: jambe (twee-kwartsmaat met accent op de laatste lettergreep), anapest (drie-kwartsmaat met accent op de laatste lettergreep), trocheus (twee-kwartsmaat met accent op de eerste lettergreep), dactylus (drie-kwartsmaat met accent op de eerste lettergreep), de amfibrachys (drie-kwartsmaat met accent op de eerste en laatste lettergrepen) en de spondeus (twee-kwartsmaat met accent op de beide lettergrepen). Een voorbeeld van een jambe kan dit verder verduidelijken: Een nieu/we len/te en/een nieuw/geluid: (van Gorter).
amplificatie anadiplosis anafoor anagram
anakoloet Een anakoloet is een ontspoorde zin. De zinsdelen sluiten niet op een logisch-syntactische manier bij elkaar aan. Meestal gaat het om een tangconstructie die ongrammaticaal is en waar een breuk in zit.
anapest Een metrum is de regelmatige afwisseling van sterker en zwakker beklemtoonde lettergrepen. Er zijn een aantal metra die veel voorkomen in de Nederlandse (en buitenlandse) poëzie: jambe (twee-kwartsmaat met accent op de laatste lettergreep), anapest (drie-kwartsmaat met accent op de laatste lettergreep), trocheus (twee-kwartsmaat met accent op de eerste lettergreep), dactylus (drie-kwartsmaat met accent op de eerste lettergreep), de amfibrachys (drie-kwartsmaat met accent op de eerste en laatste lettergrepen) en de spondeus (twee-kwartsmaat met accent op de beide lettergrepen). Een voorbeeld van een jambe kan dit verder verduidelijken: Een nieu/we len/te en/een nieuw/geluid: (van Gorter).
anti-climax Het woord climax is afkomstig van het Griekse woord klimax, wat ladder of trap betekent. Een anti-climax staat voor een geleidelijke afname van kracht of spanning. In de dichtkunst is een anti-climax te bereiken in een zin, een alinea of in de gehele tekst. Zijn woorden deden mij schreeuwen, toen praten en tenslotte fluisteren. Het tegenovergestelde van een anti-climax is een climax.
assonantie Het woord assonantie is afkomstig van het Franse woord assonance. Synoniemen voor assonantie zijn de begrippen 'klinkerrijm' en 'halfrijm'. Bij dit stijlmiddel rijmen alleen de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen en niet de voorafgaande of daarop volgende medeklinkers. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de woorden 'lamp' en 'brand', 'lief' en 'diep'.