Tegenwoordige deelwoorden kunnen voorkomen als deel van het gezegde of als zinsdeel: . De zaak is hangende. . Huilend zocht het kind naar zijn moeder.
Daarnaast worden tegenwoordige deelwoorden in veel gevallen bijvoeglijk gebruikt. Soms zijn ze niet van bijvoeglijke naamwoorden te onderscheiden. Voorbeelden: vallende ziekte, slaande ruzie, piepende remmen, rijdende artillerie
In het Nederlands wordt het onvoltooid deelwoord gevormd op basis van de infinitief gevormd door middel van de volgende achtervoegsels naar gelang de grammaticale functie: -d (e) in een bijzin; -de bij attributief gebruik; -de (n) bij zelfstandig gebruik. Als in dit geval het onvoltooide deelwoord op een -n eindigt, verwijst het altijd naar een groep personen.
Voorbeelden: De trap afrennend(e) begon hij te schreeuwen. De in de rij staande mensen waren het wachten zat. De wachtende verloor zijn geduld. (Of: De wachtenden verloren hun geduld). Wij kunnen de hulpzoekende(n) nog niets beloven.
Betekenis Als het onvoltooide deelwoord attributief is gebruikt, kan het worden vervangen door een betrekkelijke / bijvoeglijke bijzin: Mijn in Frankrijkwonende broer/ Mijn broer die in Frankrijk woont.
Als het onvoltooide deelwoord zelfstandig is gebruikt, kan het worden vervangen door de constructie "voornaamwoord + betrekkelijk voornaamwoord + persoonsvorm": De in de rij staanden / Zij die in de rij staan.
Als het onvoltooide deelwoord deel uitmaakt van een beknopte bijwoordelijke bijzin, kan deze constructie in principe worden vervangen door een niet-beknopte bijzin. Het onvoltooide deelwoord wordt dan vervangen door een persoonsvorm. Afhankelijk van het verband tussen de bijzin en de hoofdzin wordt de niet-beknopte bijwoordelijke bijzin ingeleid door een onderschikkend voegwoord: terwijl, omdat, hoewel, nadat, etc.:
Dit gehoord hebbend(e) ben ik overtuigd geraakt. > Omdat ik dit gehoord heb,... De regering verwensend(e) zag hij de doorvoering van de nieuwe AOW-regeling aan. > Terwijl hij de regering verwenste, ... Dit gezegd hebbend(e) stond zij op. > Toen/Nadat zij dit gezegd had,...