Ononderbroken groep van twee of meer werkwoorden aan het eind van een zin.
In een hoofdzin bestaat een werkwoordelijke eindgroep uit niet-vervoegde werkwoordsvormen: Wanneer mogen die brieven verstuurd worden? In een bijzin uit de persoonsvorm en de overige werkwoordsvormen: (Weet u) wanneer die brieven verstuurd mogen worden?