Met klederdracht of streekdracht wordt bedoeld de traditionele kleding die in gemeenschappen gedragen werd door een groot deel van de bevolking. Hoe geïsoleerder (geografisch of cultureel) een dorp of streek lag, hoe langer er vastgehouden werd aan de streekdracht.
Nederland kende een grote verscheidenheid aan streekgebonden klederdracht. Ook had elke streek eigen werkkleding, doordeweekse en zondagse dracht.
In het calvinistischeNederland ging op den duur na 1850 het zwart en donkerblauw overheersen in de streekdracht, onder andere door de lange rouw die 'verplicht' was na een overlijden. Veel andere omringende culturenkennen een veel kleurrijker dracht (onder andere Denemarken) Het eiland Marken vormt een uitzondering met vooral felrood.