De nachtschadefamilie (Solanaceae) is een familie van bedektzadige planten. De familie bevat veel giftige planten als de zwartenachtschade, die deels als medicijn gebruikt worden, maar ook bekende nutsgewassen als de aardappel, de antroewa, de aubergine, de paprika en de tomaat. Andere bekende planten zijn de gewone tabaksplant en Petunia. Deze laatste wordt evenals Brugmansia vanwege de sierlijke bloemen gekweekt.
De familie bevat ruim 95 geslachten en meer dan 2300 soorten - volgens sommige indelingen zelfs meer dan 3000 soorten. In het bijzonder in Zuid- en Midden-Amerika is het geslacht wijd verspreid.
De planten zijn kruidachtige planten of kleine struiken. De bladeren om en om tegenoverstaand, de bloemen zijn punt-symmetrisch en hebben een karakteristieke vruchtbeginsel bestaande uit twee hokjes. De vrucht zijn bessen of doosvruchten.
De werkzame stoffen zijn vaak alkaloïden, waaronder vaak tropanalkaloïde, die het zenuwstelsel van mensen en veel dieren kan beïnvloeden.
Interne taxonomie Wat betreft de interne taxonomie van deze familie is er niet veel overeenstemming. Het is niet ongebruikelijk om onderfamilies te onderscheiden, maar welke dat moeten zijn is dan weer een tweede vraag. In de omschrijving zoals gehanteerd door het APG II systeem (2003) is de familie groter dan elders wordt aangenomen: ze omvat dan namelijk ook de planten die voorheen de families Duckeodendraceae, Goetzeaceae en Nolanaceae vormden.
De zwarte nachtschade (Solanum nigrum) is de plant waaraan het geslacht Solanum (nachtschade) zijn naam te danken heeft.
Nachtschade (Solanum) is een geslacht van planten in de Nachtschadefamilie (Solanaceae). De naam Solanum is waarschijnlijk afkomstig van het Latijnse Solari, wat met verzachtend of verdovend kan worden vertaald. De naam schade (Engels: shade) verwijst mogelijk naar de vergiftige eigenschappen van een aantal Solanum-soorten, die iemand schade kunnen toebrengen. Het woord nacht kan op de avond wijzen, verschillende bloemen uit deze familie geven pas tegen de nacht een sterke geur af.
Het geslacht is met 1500-1700 verschillende soorten het grootste geslacht in de Nachtschadefamilie. In de regel zijn de soorten kruidachtig, vaak rankend of klimmend. Veel soorten komen in de tropen voor, maar een aantal komt ook in gematigde streken voor. In de tropen zijn het vaak struiken en zelfs tot 6 meter hoge 'bomen'.
Bekende cultuurgewassen in het geslacht zijn de aardappel (Solanum tuberosum), de aubergine (Solanum melongena) en de tomaat (Solanum lycopersicum). Deze laatste was vroeger bij het geslacht Lycopersicon ingedeeld, maar wordt nu als lid van de nachtschaden gezien.
Alleen bitterzoet (Solanum dulcamara) en zwarte nachtschade (Solanum nigrum) behoren tot de inheemse flora van Nederland.
Gevoelig voor Phytophora Nachtschade-achtigen staan bekend om hun gevoeligheid voor een schimmelziekte veroorzaakt door de schimmel Phytophora. De ziekte is bekend onder de naam Aardappelziekte. In tegenstelling tot wat de naam suggereert zijn andere gewassen uit het nachtschade geslacht ook vatbaar voor de ziekte. Onder tuinders zijn tomaten, paprika en aubergine bekend als doelwit van de ziekte.